40-dagenretraite

40-dagen 2022: Hem achterna

Steun ons

Geloofsimpuls week 2: Drie gestalten in de advent: Jesaja, Johannes de Doper en Maria

Advent. Liturgisch herdenken is nooit een loutere herinnering. Want iedere gebeurtenis die de liturgie herdenkt was een bepaalde ontmoeting van God met de mensen. Het vieren van de advent is het meemaken van het heimwee naar Gods komst, en van de bekering daartoe. Men beleeft hoe God steeds meer nabij komt in onze duisternis.

Veel lezingen worden gekozen uit de profeten, de grote wachters. Vooral uit het boek Jesaja. Het is het monumentaalste onder de profetieën, en rijk aan messiaanse teksten. Jesaja’s grandioze geloofszekerheid dat God zijn Gezalfde en zijn Heil zou schenken deed hem woorden vinden die ook voor de huidige mens de vertolking zijn van verlangen naar God. Jesaja is één van de drie gestalten uit de liturgie van de advent. Ook de adventszang ‘Rorate Coeli desuper, ‘Dauwt hemelen van boven’ komt uit het boek Jesaja (45:8).

De tweede centrale figuur is Johannes de Doper. In sommige landen heet hij anders: Johannes de Voorloper of Johannes de Wegbereider. De mensen die zich in de advent bezinnen plaatsen zich in de geest aan de rivier de Jordaan waar Johannes doopte. Daar ondergaan ze, hoe aandachtiger hoe intenser, de atmosfeer van vreugdevolle verwachting. Ze krijgen ook de ernstige waarschuwing en oproep tot ommekeer die Johannes doet, en die voor alle tijden is.

Tenslotte leest de liturgie in deze tijd al de verhalen over de meest menselijke voorbereiding: hoe de moeder van de lang verwachte zijn komst beleefde. Maria beleefde die in haar lichaam en in geloof (Lucas 1:,45) en in de messiaanse vreugde van haar lofzang, het Magnificat.

Deze drie mensen wijzen ons naar Een die nog niet verscheen. De stemming van hun wachten is verschillend. Zij varieert van het smartelijk heimwee van een profeet tot de blijde verwachting van een jonge moeder.

De advent bedoelt álle komen van Jezus. Allereerst het toenmalig binnentreden van de Heer in de wereld. Daarmee echter tegelijk zijn komst in onze mensengemeenschap hier en nu. En die wordt niet los gezien van dé Komst: zijn openbaring op het einde der tijden.

Uit De Nieuwe Katechismus van 1966, p. 85-86.

Bekijk ook het citaat en de gebedstip van deze week.

Terug naar "Geloofsimpulsen"